Steeds vaker flexibele maatregelen

Den Haag is de dichtstbevolkte stad van Nederland en wordt gekscherend wel de sjoelbak genoemd. Een rondweg ontbreekt en je kunt er maar op een manier in en uit. De vraag is dus hoe je alle vervoerstromen door de stad krijgt. David van Keulen, afdelingshoofd Mobiliteit bij de gemeente Den Haag, denkt bij de strategische mobiliteitstransitie aan zes speerpunten: veilig, efficiënt, op maat, schoon, betaalbaar en verbonden met de regio.

“In Den Haag worstelen we met de ruimte, we zijn de enige grote stad met nauwelijks bouwgrond. Bijna alles wat we bouwen moet via herontwikkeling plaatsvinden: een mooie uitdaging,” zegt David van Keulen. “Stedenbouw en mobiliteit trekken dan ook gezamenlijk op want ook binnen mobiliteit maak je ruimtelijke afwegingen. Onze strategische mobiliteitstransitie kent zes speerpunten: Veilig, efficiënt, op maat, schoon, betaalbaar en verbonden met de regio. Dat efficiënt inrichten van de ruimte wordt steeds belangrijker. Ons doel is een groene stad waar ruimte is om te wonen, werken en te recreëren. Hoe hoger de dichtheid van een gebied des te meer woeker je met de plek van privéauto’s. Die staan 90% van de tijd geparkeerd en nemen veel ruimte in beslag. Ruimte die je dus ook ergens anders voor kan gebruiken. In de Binckhorst die we als gemeente aan het herontwikkelen zijn, wordt de parkeernorm gemiddeld 0,1. Dat kan ook omdat er goed regionaal OV komt en de drie IC stations op fietsafstand zijn. Dat is de laagste in heel Nederland,” zegt Van Keulen.

 

Fiets infrastructuur én fietslessen
“Om mobiliteit voor iedereen betaalbaar te houden, zorgen we als gemeente dat de alternatieven voor de auto goed op orde zijn: dus dat er een goede fiets en ov-infrastructuur ligt. En dat er deelvervoer is. Op de Hoefkade in de Schilderswijk doen we dat al en leggen we binnenkort een riante fiets- en wandelstructuur aan. Zo wordt ruimte geschapen om elkaar te ontmoeten en om te beleven. Er gaat minder doorgaand verkeer rijden en de lucht zal schoner worden. We zorgen tegelijk dat mensen er ook gebruik van kunnen maken door het geven van fietslessen en het stimuleren van de fiets en e-bike. Wandelen, fietsen en het ov is niet alleen duurzaam maar zijn voor veel mensen ook betaalbare modaliteiten. Doel is om de wijken groener te maken, rustiger en ruimer.”

Nieuwe conservatieven versus kosmopolitische burgers
Van Keulen: “De auto zal niet snel helemaal uit het straatbeeld verdwijnen. De auto blijft een rol spelen voor afstanden boven de 7,5 kilometer, voor ondernemers om goederen te vervoeren en voor mensen die slecht ter been zijn. Uit een leefstijlen onderzoek dat we hebben laten uitvoeren door Motivaction kan je concluderen dat de groep de ‘nieuwe conservatieven’ ook over 15 jaar nog steeds een auto zullen gebruiken en willen bezitten. De groep ‘kosmopolitische burgers’ daarentegen wil zich in de stad op andere manier verplaatsen. Dat willen we als gemeente faciliteren en er tegelijk voor zorgen dat de grote groep mensen die tussen die twee inzitten ook overstag gaan. MaaS-achtige maatwerkoplossingen waarbij je reist met je smartphone (inrijden, inchecken, betalen, etc.) zijn daarbij nodig. Evenals gemak en comfort want dat is wat de reiziger wenst. HTM en RET, onze vervoerders in de regio, zijn daar druk mee bezig. Denk aan brede laagvloerse instapmogelijkheden maar ook aan de digitale borden met vertrektijden en vertragingen die op steeds meer haltes worden neergezet.”

Niet auto maar automobilist
“Ik ben de afgelopen maanden enorm geïnspireerd door het boek ‘Het recht van de snelste’ van Thalia Verkade en Marco te Brömmelstroet,”zegt Van Keulen. “Zij hebben daarin aandacht voor de terminologie die we hanteren en welke invloed dat heeft op ons gedrag. We spreken over de fiets en de auto alsof het zelfstandige eenheden zijn en er geen mensen bij zijn betrokken. Zou je praten over fietsers en automobilisten dan krijg je er gelijk een ander gevoel bij. Dan denk je na over gedragsverandering en wordt het aspect veiligheid ook direct intenser. Door Covid-19 zien we dat het tijdens de spitsen veel rustiger is op de weg. Dat wil je zo houden maar of dat lukt? We zien ook een lichte tendens tot een nieuwe suburbanisatie. Bijvoorbeeld naar de gemeenten in en rondom het Groene Hart. Mensen willen meer dan ooit lekker in het groen wonen. Dat brengt wel weer autoverkeer naar de stad met zich mee. Het is handig als we daarvoor transferhubs rondom de stad inrichten. Om vervolgens met de fiets, het ov of met deelvervoer verder te gaan naar je bestemming. Den Haag heeft op dit moment nog niet voldoende hubs. We kijken naar de Kralingse Zoom als een mooi voorbeeld hoe je zo’n hub moet inrichten.”

Renovatie Utrechtsebaan
“Die hubs aan de rand van de stad hebben we ook nodig voor de werkzaamheden die in de stad op ons af komen. De Utrechtsebaan-A12 wordt de komende jaren gerenoveerd en er wordt een overkapping gebouwd over de A12 bij de Malietoren en het Maria Stuartplein. Dat geeft hinder. Temeer omdat Den Haag wel eens gekscherend ‘een sjoelbak’ wordt genoemd. Er is geen rondweg dus je kan er maar op vijf manieren in en uit, via 1 van de inprikkers, zo laat Van Keulen zien met zijn opgestoken hand. Een groot verschil met veel andere steden. Daarnaast vinden er de komende jaren in het centrum van de stad rondom de Utrechtsebaan veel werkzaamheden plaats. Denk aan de verbouwing en verhuizing van de Tweede Kamer, woontorens op het Koningin Julianaplein en vernieuwing van de Koninklijke Bibliotheek. Dit brengt allemaal veel hinder met zich mee. Die renovaties zijn aanjagers van de mobiliteitstransitie en zorgen ervoor dat de transferhubs aan de rand van de stad meer dan noodzakelijk zijn.”

Vanuit vertrouwen samenwerken
“Gelukkig staan we er als gemeente niet alleen voor. De totstandkoming van Bereikbaar Zuid-Holland is een positieve ontwikkeling: we spreken steeds meer dezelfde taal. Vooruitlopend daarop werken we nu ook al goed samen binnen de MTZR (Mobiliteitstafel Zuidelijke Randstad). We leren elkaar steeds beter kennen. In Bereikbaar Zuid-Holland zullen we gezamenlijk programmeren en een gezamenlijke visie ontwikkelen voor een heel gebied in plaats van de eigen gemeente. Die transferhubs aan de rand van de stad, die moet je niet alleen als stad aanleggen, daar moet je met elkaar in optrekken. De volgende stap is gemeenschappelijke aansturing, dan stappen we echt over onze eigen schaduw heen. Als student aan de Erasmus Universiteit had mijn afstudeeronderzoek de titel ‘Samenwerking met meerwaarde in het Openbaar Vervoer van de Zuidvleugel’.

Ik denk wel eens dat ik nu eigenlijk werk in mijn eigen scriptie. Elkaar vertrouwen en elkaar zaken gunnen, daar gaat het om. Als er een basis van vertrouwen is, hoef je niet krampachtig vast te houden aan de eigen planning, dan staat die samenwerking voorop. Binnen het nieuwe samenwerkingsverband zullen De Verkeersonderneming en Bereikbaar Haaglanden en Rijnland een rol spelen als uitvoeringsorganisatie van de werkgeversaanpak. Door mijn werk heb ik voornamelijk met die laatste te maken. Zij hebben een grote community en zitten heel dicht op de werkgevers: met mooie maatwerkpakketten voor werkgevers, hun medewerkers en de logistiek werken zij aan de gedragsverandering.”

Inzet flexibele maatregelen
“Tijdens de afgelopen periode hebben we door Covid-19 nog meer aandacht gehad voor veiligheid in het verkeer. Er zijn per jaar in Den Haag 10 doden en duizenden gewonden te betreuren. Als overheid kunnen we dat verminderen door bijvoorbeeld meer 30-kilometerzones aan te leggen, door daar waar dat niet mogelijk is langzaam en snel verkeer te scheiden, door overzichtelijke kruisingen aan te leggen, door in te zetten op voorlichting en educatie aan kinderen en ouderen en door handhaving. Binnen de gemeente hebben we samen met de scholen al 40 schoolstraten aangelegd die tijdens de haal- en brengtijden afgesloten zijn voor verkeer. Een flexibele maatregel die je vaker kan toepassen. Er liggen nu vier scenario’s om de drukte in de zomer naar de kust te managen. Zoals het er afgelopen jaar in Scheveningen aan toe ging dat willen we niet meer. Juist omdat je beleid maakt voor over 15 jaar wil je de plannen niet meer dichttimmeren. Het is beter om gaandeweg de plannen bij te stellen.”